INFOBLAD ZIJDE

 

  • Hoe ‘groeit’ zijde?

Zijde wordt gemaakt door rupsen: zijderupsen.

De rupsen spinnen een hele dunne draad. Van die draad maken ze een cocon. Daarin verpoppen ze zich tot vlinder. De draden waarvan ze de cocon maken is van zijde.

Als de rups klaar is met spinnen, zit er om de cocon ongeveer 2000 meter zijdedraad.

 

De zijderupsen eten bladeren van de moerbeiboom.

Ze leven ongeveer een maand. In die tijd eten ze heel veel en groeien hard. Na een maand spinnen de rupsen hun cocon.

In de cocon verandert de rups in een pop. Dat gebeurt tijdens een diepe slaap, die enkele weken duurt. Als hij dan wakker wordt, kruipt hij uit zijn pop-velletje en is veranderd in een vlinder.
Tenminste... als die vlinder geluk heeft. Om zijde te telen gaat het anders. Want als de vlinder uit de cocon kruipt, maakt hij een gat in de cocon. En dan is de zijdedraad kapot. Om de lange draad heel te houden, stopt men de cocons in de oven. Dan wordt de pop die erin zit gedood. Die pop wordt dus nooit een vlinder.

 

 

  • Waar komt zijde vandaan?

De zijderupsen leven van de bladeren van moerbeibomen. Moerbeibomen groeien alleen in warme landen. Dus alleen in warme landen kan zijde worden geteeld.

De meeste zijde komt uit China.
Er zijn nog zo’n 50 andere landen waar zijde vandaan komt. Bijvoorbeeld: Thailand, India, Japan en Rusland.

In Nederland heb je wel musea die zijderupsen hebben. Ook zijn de rupsen in sommige dierentuinen te zien.

 

  • Hoe wonen en werken de mensen die het product verbouwen?

In China worden de zijderupsen worden vaak op de boerderij geteeld. De kinderen en grootouders hebben daar tot taak de rupsen te verzorgen.

 

In West-Europa zijn geen echte zijde-­telerijen meer. Dat komt doordat zijde telen een werk is dat erg veel tijd kost. Werkuren zijn in West-Europa heel duur. Daarom vind je deze teelt alleen in landen waar de arbeiders weinig ver­dienen.

 

  • Hoe wordt het product uit ‘ de grondstof’   vervaardigd?

 

De zijdedraad moet van de cocon afgewikkeld worden.

Om de draad zit nog een soort lijm. De teler legt de cocons daarom eerst in warm water. De zijdelijm lost dan een beetje op en de zijdedraad laat makkelijker los.


Je kunt dan de zijdedraad van de cocon afwikkelen. Afhaspelen noemt de zijdeteler dat. Vaak haspelt hij meerdere cocons tegelijk af en maakt hier één dikke stevige draad van.

Deze draden worden op klossen gewikkeld om ze te kunnen weven. Als er een lap van geweven is, wordt deze gekookt met een soort zeep. Dit heet ontbasten. De laatste resten zijdelijm gaan er dan uit en de zijde wordt glanzend en heel soepel: zacht, maar sterk!

Zijde weven

Van de draad worden zijden lappen geweven. Zijde weven is een lastig karwei. Dat komt doordat de zijdedraad snel breekt. De weefmachine moet dus zo glad zijn als zeep.
Toen men nog met de hand weefde, moest een wever extra goed zijn handen verzorgen. Arbeiders met ruwe handen, hielden de draad maar een paar tellen heel. Die konden dus maar beter geen zijdewever worden. Tegenwoordig weven ze met weefmachines.

 

 

  • Hoe komt het product naar Nederland?

Heel vroeger kwam de zijde helemaal over het vaste land naar west Europa. Ze vervoerden de zijde dan met kamelenkaravanen.

Nu komt de zijde per vliegtuig of schip naar Nederland.

 

  • Wie verdienen er aan en hoeveel?

De prijs van zijde is erg hoog. Het kost veel tijd en moeite om zijde te telen.

Hoeveel de zijde kost, hangt af van:

  • de kleur van de zijde. Zijde van de moerbeivlinder is lichtgeel tot wit.
  • de glans van de zijde. Van alle natuurlijke vezelstoffen bezit zijde de mooiste glans.
  • de lengte van de zijden draad.

 

 

  • Wat is de geschiedenis van het product?

 

Zijde komt oorspronkelijk uit China. Daar werd het voor het eerst ontdekt. De keizer van China wilde geheim houden hoe je zijde kon maken. Dat is hem een tijd lang gelukt. Wie het geheim doorvertelde, werd gedood.

Zijde werd wel verhandeld. Rond 300 jaar voor Christus was de vraag naar zijde zo groot, dat er een speciale handelroute was ontstaan: de zijde-route.

Op het kaartje zie je hoe deze route liep.

Er werd ook wel met zijde betaald voor andere producten. Zijde was een heel lux en duur product.   De Romeinen haalden zijde voor het eerst naar Europa. De zijde was wel te duur voor een gewone Romein: een kledingstuk van zijde kostte wel een heel jaarsalaris van een Romeinse soldaat!

Later werd buiten China bekend hoe je zijde kon maken. In de 13 e eeuw werd ook in Italië en Frankrijk zijde geproduceerd.

  • Hoe gebruiken we het?

Wat maken we van zijde?

Bijna alles wat je van textiel kan maken, wordt ook van zijde gemaakt. Denk maar aan kleding, sjaals, gordijnen, meubelstoffen, maar ook sieraden en wandkleden. Vroeger gebruikten rijke mensen zelfs zijde als behang om te laten zien hoe rijk ze wel waren.

Tegenwoordig wordt van zijde ook nog tandfloszijde gemaakt. Dat is een dunne draad waarmee je de spleetjes tussen je tanden schoonmaakt.

Zijde gebruikt men ook in het ziekenhuis. Na een operatie worden daarmee de wonden binnen in het lichaam dichtgemaakt. Als de wond is dichtgegroeid, lost de zijde vanzelf in het lichaam op.

 

Zijden stoffen heb je in verschillende soorten. Je hebt hele dunne gladde stoffen. En ook ruwere ongelijke stoffen.

In elke stoffenwinkel kun je wel zijde kopen. Vaak ook veel verschillende soorten. Dat komt omdat er wel 32 soorten zijderupsen zijn. Die spinnen allemaal verschillende soorten zijde. Maar ook de manier waarop de stof wordt geweven, zorgt ervoor dat de zijde er heel anders uitziet.

 

  • Leuke verhalen over het product

Een sprookje uit China

Ongeveer 4500 jaar gelden was er in China een keizerin die Shi Ling Shi heette. Op een dag wandelde zij langs de Gele Rivier. Plotseling werd ze door een slang aangevallen en doodsbang rende ze naar de dichtstbijzijnde boom. Ze klom erin en wachtte op hulp.

 

De boom was een moerbeiboom. Shi Ling Shi zag dat er heel veel kleine eitjes aan de bladeren gekleefd zaten. Dit vond ze heel interessant. Daarom ging ze, nadat ze gered was, nog vaak naar de boom terug. Ze zag toen hoe uit de eitjes rupsen kwamen. En hoe later de rupsen een wit omhulsel, een cocon, om zich heen sponnen.

 

Op een dag, toen Shi Ling Shi onder de moerbeiboom thee zat te drinken, viel er zo'n cocon in haar warme thee. Toen zij de cocon eruit wilde halen, viel die uiteen in draden.
Nu was Shi Ling Shi erg op mooie kleren gesteld. Geen wonder dat ze van deze glanzende draden haar kleding ging weven. In deze kleding zag ze er zó mooi uit, dat haar man, keizer Huang Di, tegen zijn volk zei: "Voortaan moet iedereen zijderupsen gaan telen en niemand buiten China mag weten hoe dat gaat".


Heel lang hebben de Chinezen het geheim van de zijdeteelt bewaard. En niemand durfde dit geheim te verraden. Want deed men dat tòch, dan werd men gedood.

 

In het jaar 400 trouwde een prinses uit China met een prins uit Toerkestan. In dit land was de zijde onbekend. Omdat de prinses erg graag zijde droeg, nam ze stiekem een paar eitjes van de zijdevlinder mee. Ze verborg ze in de bloemen van haar kapsel. Zo nam ze het geheim mee.

Tweehonderd jaar later smokkelden twee monniken de eitjes mee naar Turkije. De twee slimmeriken verstopten de eitjes in holle bamboestokken.

 

In het begin van de dertiende eeuw vertrok een leger uit het noorden van Italië naar Jeruzalem. Onderweg viel het leger Turkije aan en keerde terug met een rijke oorlogsbuit.

Nu denk je misschien dat ze karrenvrachten goud hadden geroofd. Nee hoor, hun buit bestond uit….. zijderupsen! Ze wisten namelijk dat één kilo zijde evenveel waard was als één kilo goud!! En dat je door de zijdeteelt dus schatrijk kon worden.

 

Zo werd de zijdeteelt ook in Italië bekend. Nog in diezelfde eeuw kwam de zijdeteelt terecht in Frankrijk. Daar werd het maken van zijde een belangrijke industrie. Pas na de Tweede Wereldoorlog, dus na 1945, werd dat minder. Men vond toen uit hoe je kunstzijde moet maken. Kunstzijde is veel goedkoper dan de echte natuurzijde.  Maar echte zijde blijft het mooist!

 

 


De kringloop van de zijderups

Zijde haal je van de cocon van de zijderups. Maar als je de cocon met rust laat, komt na een tijdje een zijdevlinder te voorschijn.

 Zijdevlinders zijn meteen volwassen als ze uit de cocons komen. Omdat hun vleugels opgevouwen hebben gezeten in de cocons, moeten die eerst worden "opgepompt". Dit duurt een paar uur.   Daarna gaat de mannetjesvlinder een vrouwtjesvlinder zoeken voor de paring. Daarna gaat het mannetje dood. Het vrouwtje legt tussen de 300 en 500 eitjes en sterft dan ook.

Een nieuw vel

Uit de eitjes komen hele kleine rupsjes. Als de rupsjes vijf dagen oud zijn, krijgen ze een nieuw vel. Het andere vel is te klein geworden. Ze vallen dan in een soort slaap, die een dag en een nacht duurt. Daarna komen ze in beweging en kruipen uit hun oude velletje.   Nu hun strakke vel uit is, zijn ze groter geworden. Ze krijgen ook nieuwe kaken. En daarmee kunnen de rupsen weer eten, eten en nog eens eten.

 

Inspinnen

Na een maand eten en nog eens vier keer vervellen zijn de rupsen volwassen en bijna tien centimeter lang. Dan is de tijd gekomen dat ze zich gaan inspinnen, dus een cocon maken.
In de kaak van de rups zitten twee piep­kleine openingen. De rups perst daaruit een lijmdraad en een zijdedraad. De lijm zorgt ervoor dat de cocon in de buitenlucht hard wordt. Al spinnend knijpt de rups zichzelf als een tube tandpasta leeg. Hij wordt dus steeds kleiner.
Voordat de rups aan de cocon begint, spint hij eerst een soort net. Daar gaat hij zelf in hangen.
En nu komt dan het grote werk! De rups gaat een cocon spinnen waarin hij zelf helemaal verdwijnt. Na drie dagen en nachten spinnen is de cocon klaar.

Tweeduizend meter draad

Als de rups klaar is met spinnen, zit er om de cocon ongeveer 2000 meter zijdedraad. Heb je een idee hoe lang dat is? Als je die afstand loopt, doe je er bijna een half uur over. De eerste 500 meter bestaat uit korte draadjes, omdat de rups het dan nog moet Ieren. De middelste 1000 meter is een heel lange draad. De laatste 500 meter bestaat ook weer uit korte draadjes. Geen wonder, de rups is dan te moe.

Diepe slaap

In de cocon verandert de rups in een pop. Dat gebeurt tijdens een diepe slaap, die enkele weken duurt. Als hij dan wakker wordt, kruipt hij uit zijn pop-velletje en is veranderd in een vlinder.
Maar nu moet de vlinder nog uit de harde cocon. Natuurlijk heeft hij daar een hulpmiddeltje voor. Met een bruinachtig zuur smelt hij een gat in de cocon en even later fladdert er weer een nieuwe vlinder rond.