INFOBLAD PINDA'S

 

1. Hoe groeit de pinda?

Pinda’s groeien aan een pindaplant, onder de grond .

De manier waarop pinda's groeien is heel bijzonder. Eerst groeit hij tot ongeveer 30 centimeter hoog. Dan gaat hij bloeien. Hij krijgt kleine, gele bloemetjes. Uit elk bloemetje komt een steeltje. Die steeltjes buigen om en groeien dan de grond in.

In de grond groeien aan elk steeltje 2 of 3 pinda-doppen. In die pinda-doppen zitten al pinda’s. Het duurt dan nog 2 maanden voor ze groot zijn. Zodra de plant boven de grond uitgebloeid is en dood gaat, dan zijn de pinda’s onder de grond rijp

 

Een pindaplant is éénjarig. Dat betekent dat ze maar één keer vruchten oplevert. Dat zijn zo’n veertig pindadoppen per plant.


In elke pindadop zitten 1 of 2 pinda's; heel soms zitten er 3 in.

Om de pinda’s zit een rood-bruin vliesje. De dop kun je niet eten, maar de pinda en het vliesje wel. Het nootje heeft twee helften. Als je het openbreekt, zie je aan een helft een bobbeltje. Dat is het begin van een nieuwe pinda-plant. Het bobbeltje is eigenlijk een zaadje.

 

2. Waar groeit de pinda?

Pinda’s groeien in tropische en subtropische gebieden. De plant houdt van warmte en vocht. Daarom moet het lekker warm zijn en voldoende regenen.

Tegenwoordig komen pinda’s vooral uit India,China, Nigeria en de V.S.

Verder nog uit Brazilië, Argentinië, Senegal, Soedan en Burkina Faso.

 

3. Hoe wonen en werken de mensen die pinda’s verbouwen?

In landen waar de mensen arm zijn, worden pinda’s op kleine akkers verbouwd.

De hele familie moet meewerken op de velden. Alle werkzaamheden gebeuren met de hand.

Eerst wordt de grond goed los gehakt. Dan worden de pinda’s gezaaid. Zijn de pinda’s goed rijp, dan wordt de plant uit de grond getrokken.

Daarna leggen de boeren de plant in de grond te drogen. Vrouwen en kinderen halen de pinda’s van de planten af. Ze leggen ze weer in de zon. Als ze goed droog zijn worden ze in zakken gedaan.

 

In rijkere landen worden de pinda’s op grote akkers verbouwd. Zaaien en oogsten gebeurt daar met machines.

 

4. Hoe wordt de pinda verwerkt?

 

De meeste pinda’s worden verbouwd om olie van te maken. Daarvoor moeten de pinda’s worden geperst. Eerst haalt men de doppen en de vliesjes eraf. Dat gebeurt machinaal. Vervolgens worden de pinda’s platgewalst en geperst. De olie die eruit komt vangt men op. Wat overblijft noemt men perskoeken. Die zijn erg voedzaam en worden verwerkt tot veevoer of meel.

De olie uit pinda’s gebruikt men als grondstof voor margarine, bak- eb braadvet, slaolie en zeep.

 

Amerikaanse pinda’s worden vooral verbouwd om er pindakaas van te maken. Hiervoor worden de pinda’s in hun vliesjes gebrand. Daarna worden de vliesjes verwijderd, de pinda’s worden gemalen en vermengd met zout en olie.

 

5. Hoe komen pinda’s naar Nederland?

De pinda’s komen meestal per schip naar Nederland.

 

6. Wie verdienen er aan de pinda en hoeveel?

Veel boeren in Derde Wereldlanden verbouwen pinda’s. Vaak hebben ze op hun grond ook gierst staan. Die eten ze zelf. De pinda’s zijn om te verkopen.

Ze hebben geen geld voor machines en doen al het werk met de hand. Ze werken met veel mensen tegelijk op de akkers.

In India en Amerika verbouwen ze pinda’s met machines. Deze werken snel en goedkoop. Er zijn weinig mensen nodig om de akkers te bewerken. Hierdoor kunnen deze landen veel pinda’s verbouwen voor weinig geld.  Ze kunnen de pinda’s dus goedkoop verkopen.

 

Hierdoor moeten de arme boeren hun pinda’s ook goedkoper verkopen. Maar zij hebben veel minder pinda’s. Want zij hebben minder land en moeten alles met de hand doen.

Ze verdienen daardoor maar erg weinig. Terwijl zij er vaak met hun hele gezin van moeten leven.

 
7. Wat is de geschiedenis van de pinda?

De pinda komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. Daar werd de pinda al 3000 jaar geleden gegeten! Ze zijn ontdekt door de indianen. Zij kwamen erachter dat je de nootjes kon eten. Ze lieten de pinda’s in de zon drogen, en roosterden ze daarna boven het vuur. Zij hebben ook ontdekt dat uit een pinda-nootje een nieuwe pinda-plant kan groeien.  

 

Ontdekkingsreizigers namen de pinda 500 jaar geleden mee uit Zuid- Amerika naar Europa. Ook brachten ze de pinda naar Azië en West-Afrika.

In de 17e eeuw kende iedereen in Europa pinda´s. Al snel kreeg de pinda allerlei bijnamen, zoals aardnoot, grondnoot, olienoot en apenoot.


8. Hoe gebruiken we pinda’s?

Je kunt in Nederland pinda’s kopen in de dop. Die kun je dan zelf pellen. Je kunt ook gedopte pinda’s kopen: vaak zoute pinda’s in een zakje.

Pinda’s worden ook gebruikt in koekjes en chocolade.

Verder wordt er satésaus van gemaakt en natuurlijk: pindakaas.

 

’s Winters kun je ook ongebrande pinda’s ophangen voor de vogels.

 

9. Leuke dingen met pinda’s.

 

Recept

Pindasoep (Ecuador) voor 4 personen

Nodig:   2 eetlepels olie

            500 gram gekookte aardappelen, kleingesneden

            1 ui, fijngehakt

            Zout en peper

            125 gram geroosterde pinda’s, fijngemalen of 60 gram pindakaas met stukjes noot

            1 liter bouillon

            Evt. 125 ml room

            2 eetlepels fijngehakte bieslook

1. Verhit de olie in een pan en fruit de ui tot deze glazig ziet. Voeg de pinda’s of pindakaas, aardappelen en een beetje bouillon toe en stamp alles goed door elkaar.

2. Roer de rest van de bouillon door de aardappelpuree.

3. Breng het geheel aan de kook. Zet de warmtebron wat lager en laat de soep 5 tot 10 minuten zachtjes koken. Neem de pan van de warmtebron. Doe nog beetje zout en peper erin, roer de room erdoor en garneer met bieslook.

 

Pinda’s poten

Nodig: ongebrande pinda’s in de dop, potje met aarde, beetje geduld.

Pel één of twee pinda’s

Duw de oinda’s voorzichting ongeveer 2 cm de aarde in. Maak d gaatjes weer dicht met aarde.

Zet de bak op een warme lichte plek.

Geef regelmatig beetje water. Zorg dat de grond steeds een beetje vochtig blijft.

Na ongeveer een week begint het pindaplantje te groeien.

Waarom heet pindakaas zo?

In Amerika noemen ze pindakaas ‘peanutbutter’. Maar in Nederland mocht het geen ‘pindaboter’ heten. ‘Boter’ is namelijk een naam die alleen gebruikt mag worden voor echte roomboter (andere botersoorten heten ‘margarine’). Toen is de naam pindakaas bedacht.