Infoblad Cacao

 

1. Hoe groeit cacao?

Cacao komt van de cacaoboom. Een cacaoboom kan wel vijftien meter hoog worden. Dat is niet handig voor het plukken. Daarom worden de cacaobomen gesnoeid. Ze worden dan vier meter hoog.

Een nieuwe cacaoboom moet drie of vier jaar groeien. Dan komen de eerste bloemen. De kleur is wit of roze. Na de bloei worden de bloemen vruchten.

 

Een volwassen boom krijgt per jaar ongeveer 5000 bloemen. De meeste bloemen vallen na drie dagen af. Slechts 40 bloemen groeien uit tot een cacaovrucht. Na vijf maanden zijn de vruchten rijp. Dan kunnen ze geplukt worden.


 

 

Rijpe vruchten zijn geel. Ze hebben de vorm van een rugbybal. Ze zijn ongeveer 20 centimeter lang. In iedere vrucht zitten ongeveer 40 zaden. Deze zaden zijn de cacaobonen. Van deze bonen maken we cacao.

Per jaar levert één boom 1 tot 2 kilo cacao.

 

2. Waar groeit cacao?

De cacaoboom houdt van veel warmte en vocht. Hij groeit in landen rond de evenaar : i n tropische landen. Maar daar groeit hij niet overal. Op bergen boven de 600 meter kan de boom niet groeien. Daar is het te koud. En h ij wil liever niet in de volle zon staan. Daarom staat hij altijd in de schaduw van een grote boom.

Cacaobomen staan vaak met veel bomen bij elkaar op een plantage. Maar er zijn ook kleine boeren die een paar cacaobomen op hun eigen land hebben.  
In Afrika zijn veel cacaoplantages, bijvoorbeeld in Ivoorkust, Nigeria, Ghana en Kameroen. Uit Zuid-Amerika komt ook veel cacao: uit Brazilië en Ecuador. In Azië wordt cacao in Maleisië verbouwd.

 

3. Hoe wonen en werken de mensen die cacao verbouwen?

Het oogsten van de cacaovruchten gebeurt met de hand. De boer snijdt met een groot mes de cacaovrucht van de boom af. Daarna hakt hij de vruchten open en haalt de bonen eruit.


Daarna doet de boer de bonen in grote zakken. Eén zak kan wel 60 kilo wegen! Die moet de boer op zijn rug dragen.


De meeste cacaoboeren zijn arm. Ze hebben een klein bedrijf. Het hele gezin moet meewerken, de kinderen ook. Het werk is gevaarlijk voor kinderen. Ze moeten met grote kapmessen werken en krijgen gif aan hun handen. De meeste kinderen kunnen niet naar school.
Op de grote plantages werken in totaal 14 miljoen mensen. Ook heel veel kinderen moeten daar hard werken voor weinig of geen loon. En zij hebben zelf nog nooit chocola geproefd!

 

4. Hoe worden cacao en chocola uit de cacaoboon gemaakt?

Twee keer per jaar kunnen de rijpe cacaovruchten worden geoogst. Ze worden geplukt en opengehakt . In de cacaovruchten zit vruchtvlees met daarin de cacaobonen.

De bonen zijn taai, paars van kleur en smaken heel bitter.
De bonen worden met het vruchtvlees op een hoop in de grond gestopt, op een bedje van bananenbladeren. Het wordt daar warm, wel 50 graden, en het vruchtvlees gaat rotten. Dat heet fermentatie. Dit duurt ongeveer vijf dagen. Daarna zijn de bonen bruin, minder taai en ze smaken veel minder bitter.


Dan worden de bonen in de zon gedroogd. Als het regent, worden de bonen gedroogd in drooghuizen.
Na het drogen doet de boer doet de bonen in zakken van 60 kilo. Daarna gaan de zakken naar een cacaofabriek. Bijvoorbeeld in Nederland. Want in Nederland staan veel cacaofabrieken.


In de fabriek moeten eerst de doppen van de bonen af. Dan worden de bonen in stukken gebroken.

Daarna worden de bonen gebrand. Door het branden wordt de smaak steeds lekkerder. Na het branden gaan de gebroken bonen in een wals. Uit de bonen komt dan een fijne vloeibare massa: de cacaomassa. Deze massa is één van de bestanddelen van chocola.

De cacaomassa wordt geperst. Er komt vet uit: de cacaoboter. En er blijft een harde bruine koek over. Die koek wordt vermalen tot cacaopoeder. Cacaopoeder wordt gebruikt voor gebak, chocolademelk en ijs.

Chocola maak je uit cacaomassa, suiker en cacaoboter. Deze grondstoffen worden in een menger goed gekneed. Je hebt dan vloeibare chocolade. Deze vloeibare chocolade wordt opgeslagen in grote tanks, waarin het 40- 50 graden is. Nu kan er hagelslag of chocoladerepen van worden gemaakt.

 

Cacaoboter wordt ook veel verwerkt in cosmetische producten, bijvoorbeeld lippenbalsem.

 

5. Hoe komt cacao naar Nederland?

De cacaobonen worden in balen op vrachtwagens geladen en naar een haven gereden. Daarna gaan ze met een vrachtschip naar Nederland. In Amsterdam komt per jaar 500.000.000 kilo cacaobonen binnen. Dit is een vijfde van alle cacao op de wereld! Een deel wordt in Nederland verwerkt tot chocolade. De rest gaat door naar andere landen in Europa.

 

De tocht van Brazilië naar Nederland duurt ongeveer drie weken.

 

6. Wie verdienen er aan cacao en hoeveel?

Er zijn heel veel mensen aan het werk voor jij hagelslag op je boterham strooit. De boer die cacaobomen teelt, de plukkers, de drogers, de inpakkers, de vervoerders op land, op zee en weer op land, de mensen in de cacaofabriek in Nederland, de mensen die de supermarkt werken…
De prijs van cacao hangt af van hoeveel cacao er over de hele wereld verbouwd is. Hoe meer cacao er is, hoe goedkoper het wordt. De laatste jaren wordt er veel meer verbouwd dan nodig is. Daarom is de prijs erg laag.

 

In Nederland kost een reep chocola van 75 gram ongeveer € 0,85

Daarvan gaat € 0,83 naar het vervoer, de opslag, de fabrieken in Nederland en de handelaren Er blijft dus maar € 0,02 over voor de cacaoboer in het land waar de cacao verbouwd wordt.   De cacaoboer moet daarmee zijn familie onderhouden en zijn cacaobomen goed laten groeien. Dat is vaak erg moeilijk met zo weinig geld!



Er is ook chocola met een speciaal keurmerk. Bijvoorbeeld het Max Havelaarkeurmerk. Van de opbrengst van deze chocola gaat meer geld naar de cacaoboer. Deze chocola is iets duurder: ongeveer € 0,90 per reep. De cacaoboer krijgt hiervan   € 0,09. Dat is dus meer dan bij ‘gewone’ chocola.

 
7. Wat is de geschiedenis van cacao/chocola?

Chocolade komt uit Zuid-Amerika. Van daar ging het naar verschillende richtingen, onder andere naar Midden-Amerika. De Indianenvolken: de Maya's en de Azteken,  maakten al in het jaar 600 na Christus een drank van cacaobonen, granen, specerijen en water. Er zat geen suiker bij, dus het was erg bitter. Deze drank heette Xocoatl.


De Azteken gebruikten cacaobonen ook als geld.
Pas in het begin van de zestiende eeuw gingen Spaanse ontdekkingsreizigers, zoals Columbus, naar Amerika. Ze namen cacaobonen mee terug naar Europa. Thuis maakten ze de chocoladedrank na, maar zij deden er wel suiker bij. Deze chocoladedrank werd door de Spaanse koning en koningin gedronken.
De drank verspreidde zich over Europa. In het midden van de zeventiende eeuw kwamen in Nederland speciale chocoladehuizen. Eerst waren cacaobonen erg duur. De chocoladedrank was alleen voor de adel. Het werd zelfs voorgeschreven door dokters als geneesmiddel! Pas rond 1900 was het ook te betalen voor gewone mensen. Chocolademelk werd toen een algemeen populair drankje.


8. Hoe gebruiken we cacao?

Chocola kan puur, melk of wit zijn. In pure chocola zit meer cacaomassa dan in melkchocolade. In witte chocolade zit helemaal geen cacaomassa, alleen maar cacaoboter. Bovendien zit in melk- en witte chocolade melkpoeder.  

 

Chocola kun je in veel verschillende vormen kopen. Als hagelslag, reep, letter, kerstkransje, bonbon…

 

Met cacaopoeder kun je koekjes maken, en chocolademelk. Het zit ook in chocolade-ijs.

Cacaopoeder is erg bitter. Om het lekker te maken, moet er suiker bij.

 

Cacaoboter zit in sommige soorten lippenbalsem en huidcrème.

 

9. Een recept met cacao.

Chocolademelk kun je zo kopen, maar je kunt het ook zelf maken!


Recept voor chocolademelk
(4-6 glazen)

Benodigheden

  • 1 liter melk
  • 25 gram cacao
  • 50 gram suiker
  • 1,5 deciliter slagroom

Bereidingswijze

  • Breng de melk in een pan aan de kook. Vermeng ondertussen de cacao in een kommetje met de suiker. Voeg wat melk toe en roer hier een glad papje van.
  • Schenk het mengsel onder voortdurend roeren bij de hete melk. Draai de hittebron laag en laat de chocolademelk twee minuten zachtjes koken. Pas op dat het niet aanbrandt!
  • Klop de slagroom stijf in een kom.
  • Schenk de chocolademelk in koppen, mokken of glazen en garneer met een flinke toef stijf geslagen slagroom.